Piet de Visser was de laatste die Beekman vast had

Piet de Visser woonde slechts 6 km bij ons vandaan en wij wisten het niet. De laatste man die Cor Beekman bij leven had gekend, die hem stervend in zijn armen had gehouden, overleed in 2018. Wij kwamen daar vier jaar te laat achter.

Kort daarvoor kreeg De Visser nog het Oorlogsherinneringskruis met 2 gespen, een onderscheiding die hij aanvankelijk had willen weigeren -“ze zijn daar te laat mee”- maar op advies van zijn zoon toch aanvaardde uit handen van Inspecteur Generaal der Krijgsmacht Hans van Griensven.

Piet de Visser. Een krasse knar van bijna 95 jaar uit Willemstad en een trotse veteraan vanuit de koopvaardij. Ik heb hem alsnog het Oorlogsherinneringskruis (met 2 gespen) mogen uitreiken. Omdat hij weinig mobiel is, heb ik dat in zijn vertrouwde omgeving gedaan.

Het Oorlogsherinneringskruis was een algemene onderscheiding voor allen die in de oorlog tegen Duitsland, Japan en hun bondgenoten in de krijgsmacht of in de handelsvloot, vissersvloot of burgerluchtvaart hadden gediend. Zij dienden in alle opzichten een goede plichtsbetrachting en goed gedrag te hebben getoond en vanaf 10 mei 1940 tot het einde van de oorlog ten minste zes maanden in hun functie dienst te hebben gedaan.’

Piet had als keteljongen veel met Beekman te maken gehad. (Een keteljongen doet eenvoudige klusjes als het bewaken van de druk en temperatuur, het bijvullen van water en klein onderhoud, zoals het reinigen van ketelbuizen en het vervangen van defecte onderdelen. Ook helpt hij vaak de donkeyman met de donkey, de stoomlier.) Hij was jong (13 jaar) van huis gegaan om aan boord van een binnenvaartschip het vak te leren. Veel te jong van huis lag hij soms te simpen in het vooronder. Hij behoorde tot de eerste bemanning van het m.s. Japara, dat in 1938 voor de Rotterdamsche Lloyd was gebouwd. Het dubbelschroefmotorschip werd op 3 december 1938 te water gelaten van de werf van P. Smit Jr. door mw. Oud-Fischer, echtgenote van rotterdams burgemeester. De eerste reis was vanuit Nederland naar Indië geweest en van daaruit via de Kaap naar Amerika waar het in augustus 1940 aanmeerde in de haven van New York en New Jersey. In New York had de bemanning gestaakt voor meer gage nu het door de oorlog steeds gevaarlijker werd op zee. Meer nog wrong het feit dat de bezetter de uitbetaling blokkeerde van het deel van hun gage dat middels een week- of maandbrief rechtstreeks werd uitbetaald aan het thuisfront. Hierdoor kwamen steeds meer families in Nederland in financiële problemen.

Piet kreeg het advies niet mee te doen: omdat hij zo jong was, kon het gevolgen hebben voor later. Eigenwijs als hij toen al was, bleef hij solidair en stond dezelfde dag nog op de kade. Zijn volgende schip was de Beursplein per 5 september, voer kort daarop als keteljongen/matroos-onder-gage in konvooi HX 73 naar Liverpool en was half oktober weer terug in New York. Daar leerde hij Beekman kennen die per 5 november als stoker ‘op de rol werd geschreven’.

Dhr. Piet de Visser heeft gedurende de oorlogsjaren rondgezworven over de wereldzeeën, Duitse en Japanse onderzeeërs, oppervlakteschepen en vliegtuigen getrotseerd, als onderdeel van belangrijke konvooien die de geallieerden van de juiste middelen moesten voorzien.
Een man waar je uren ademloos naar kunt luisteren, met groeiend respect. Verhalen over erbarmelijke omstandigheden, oorlogsgeweld, zinkende schepen, kameraadschap, ziektes, leiderschap, het matrozenleven en ook veel lol. En dat allemaal met een nuchtere relativering en de nodige humor.
Ik ben bevoorrecht dat ik dit soort mensen mag ontmoeten!! Zij gingen ons voor. ‘

De Visser woonde zo dicht bij ons, hij had ons uit de eerste hand kunnen vertellen over opa Beekman, zijn karakter, zijn werk aan boord en hoe hij tegen de dingen aankeek. En hoe Beekman er aan toe was nadat een Condor-bommenwerper de Beursplein als doelwit had gekozen.
Ik wilde terug om kleding te halen en toen kwam er allemaal gewonde mensen uit dat stokerverblijf want daar was die bom ingegaan, en daar was er eentje bij die viel voor mijn voeten neer, Beekman heette die, ik zal het nooit vergeten, het staat op mijn netvlies gebrand, Beekman viel en hij was zwaargewond , helemaal bebloed.” (uit het interview met Ageeth van der Veen in 2011)

We hadden Beekman dus op het sloependek gelegd (….), en toen zei hij (de kapitein): “Laat Beekman maar liggen want die is dood.” Wij hadden daar niet naar gekeken, voor ons was Beekman Beekman.” (uit het interview met Ageeth van der Veen in 2011)
Beekman was echter niet dood.

Piet behoorde tot één van de laatsten die kon vertellen over de koopvaardijvaart tijdens de oorlogsjaren. Hij was in elk geval de laatste van de Beursplein.

Laat je verrassen: klik op de jeugdfoto bovenaan dit artikel.

Plaats een reactie