Broodje met Kaas voor de snelle lust

Jans van Delden_Broodje met KaasPa Beekman, de vader van Cor, was begin 1899 vanuit Hellevoetsluis naar Rotterdam gegaan om als sjouwerman in de haven te werken en had een woonadresje aan de Schavensteeg 24 in de Zandstraatbuurt.

Later, veel later hoorde Cor dat pa had gewoond naast het ‘dievenhol’ op nr. 20, waar een nachtkoetsier woonde samen met een publieke vrouw met de bijnaam ‘Broodje met Kaas’. Geen bevorderlijke buurt voor iemand die graag een borrel drinkt. Dat was ook gebleken, want in april werd Pa Beekman veroordeeld wegens dronkenschap tot zes maanden in de werkinrichting in Hoorn. Daar zat hij van 19 juni tot 16 december. Was trouwens de derde maal dat hij werd veroordeeld wegens te veel drinken. Pa Beekman, ‘liedjeszanger’, op dat moment 51 jaar, had zwart haar en een knevel, helaas staat zijn lengte niet ingevuld, maar de Beekmannen waren doorgaans niet al te groot, dus waarschijnlijk was hij rond de 1,60 m.

In het boek komt Broodje met Kaas ook aan de orde. Zelf zal ze nooit gedacht hebben honderd jaar na haar dood nog een ‘bekende Rotterdammer’ te worden, want ze was al nagenoeg vergeten toen zij stierf (‘Sedert enige jaren is zij overleden’ schreef een agent ergens in de jaren tien, en dat was niet waar want zij overleed in 1922, vijftig jaar oud). Maar wie was Broodje met Kaas?

Barendina Johanna van Delden werd in Rotterdam geboren op 3 november 1871. Wanneer ze ‘het leven’ in ging, is niet bekend. Ze woonde op diverse adressen in de Zandstraatbuurt – dat is waar nu het stadhuis staat – en in de registers staat zij genoteerd als ‘logementhoudster’ en als ‘werkster’. Later, maar dan is de hele buurt al afgebroken en Jans al (weer) getrouwd, als ‘bloemenverkoopster’.
In 1895 beviel zij, 23 jaar oud, van een meisje dat ongenaamd wordt begraven. Vader onbekend. Waarschijnlijk een ongelukje.

In 1902 trouwde ze met de Duitser Joseph Pelz, een internationale koppelaar die een nachtzaak had aan de Zandstraat 64. In de registers wordt als beroep opgegeven varensgezel en later bierhuis-houder. Zes jaar later scheidt ze alweer. Jans bleef in de buurt wonen van haar oude woning, en woonde drie, vier jaar met Jan van der Laan, een nachtkoetsier en later met Marinus Bressen, bijgenaamd ‘lange Rinus’. In 1912 was echter de hele wijk gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe stadhuis aan de Coolsingel. In 1915 trouwde zij met Johannes Nicolaas le Roij (ketelbikker, laswerkman). Jans is dan 43, Jan 26. En dan overlijdt ze in 1922.

Vrouwen in de rosse buurt van het toenmalige Rotterdam hadden uiteraard bijnamen. De Koningin, de Pinksterblom, Marie met ’t Handje, Pukkeltje, Zwarte Jans, Mie de Pruik…. en Broodje met Kaas. Van sommige kun je wel raden waarom. Bij Broodje met Kaas blijf je waarschijnlijk raden. Dat is misschien het leukste.

Overigens kwam ook Maupie Staal uit de Zandstraatbuurt.

Zie ook https://marcelvanellen.wordpress.com/2014/03/27/broodje-met-kaas/

https://marcelvanellen.wordpress.com/2015/03/10/de-ogen-van-jans-van-delden/

 

 

 

Plaats een reactie