Duikbootcommandant Freiherr Georg Von Forstner schoot een zeemonster uit het water

In 1915 torpedeerde de U-28 op de Noord-Atlantische Oceaan, ongeveer negen mijl uit de kust van Ierland, de Britse stoomboot Iberian. Eenmaal volledig onder de golven verdwenen, vond een enorme explosie plaats, waarschijnlijk door het ontploffen van de ketels. Bij deze explosie werden niet alleen wrakstukken de lucht in geslingerd, maar ook een enorm zeemonsterachtig wezen. Het monster werd beschreven als 20 meter lang en zag eruit als een gigantische krokodil.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog – waarvan toen niemand wist dat het de eerste was en deze tot 1940 de ‘Grote Oorlog’ werd genoemd – werd de strijd ook deels op zee uitgevochten. Ook toen had Duitsland een aantal duikboten die patrouilleerden  en schepen opbrachten danwel tot zinken brachten. Het verschil met latere jaren was dat de Duitsers vrij correct handelden en de doelwitten vaak tevoren waarschuwden of, als een schip werd opgebracht naar een haven, aan de bemanning zelfs wijn en sigaren uitdeelden. En ze mochten gratis met de trein naar huis, nou hoe vind je dat?

Overigens bleef de ridderlijkheid in het begin van de tweede wereldoorlog ook nog intact. Kapitein Prien bijvoorbeeld leefde strikt naar deze waardes en moedigde zijn officieren en bemanning aan hetzelfde te doen. Gedurende deze periode werden de kapiteins van de getroffen schepen vaak uitgenodigd aan boord, beleefdheden uitwisselend en werden ze verzekerd dat de bemanningen ongedeerd zouden blijven en veilig aan boord van hun reddingsboten zouden kunnen blijven. Door deze benadering werden vijandelijke schepen tot zinken gebracht zonder verlies van levens. Terwijl de oorlog voortduurde, werden de geallieerde vaartuigen echter bewapend en de houding van de onderzeebootbemanningen veranderde:
Vanaf dat moment verhardde de oorlog zich met de dag. De Britten begonnen hun handelsschepen te bewapenen en stuurden ze in konvooien. Wij handelden overeenkomstig. Ieder vaartuig in een konvooi was een potentieel doelwit om zonder waarschuwing getorpedeerd te worden. Dit alles volgens de formule: Elk willekeurig schip in een konvooi naar de bodem.‘ (uit: Günther Prien, Mein Weg nach Scapa Flow)

Terug naar de Iberian, eind juli 1915. De kapitein van de onderzeeër, commandant Freiherr Georg Von Forstner (1882-1940), beschreef de ontmoeting in zijn logboek: “Op 30 juli 1915 torpedeerde onze U-28 de Britse stoomboot Iberian, die een rijke lading over de Noord-Atlantische Oceaan vervoerde. De stoomboot zonk zo snel dat de boeg bijna verticaal in de lucht stak. Even later verdween de romp van de Iberian. Het wrak bleef ongeveer vijfentwintig seconden onder water, op een diepte die duidelijk onmogelijk was in te schatten, toen er plotseling een hevige explosie was, waarbij stukken puin – waaronder een gigantisch waterdier – uit het water werden geschoten tot een hoogte van ongeveer 25 meter. Op dat moment had ik zes van mijn officieren van de wacht bij me in de commandotoren, onder wie de hoofdwerktuigkundige, de navigator en de stuurman. Tegelijkertijd vestigden we allemaal elkaars aandacht op dit wonder der zeeën, dat kronkelde en worstelde tussen het puin. We konden het schepsel niet identificeren, maar we waren het er allemaal over eens dat het leek op een waterkrokodil, die ongeveer 18 meter lang was, met vier ledematen die leken op grote zwemvliezen, een lange, puntige staart en een kop die taps toeliep. Helaas konden we geen foto maken, want het dier zonk na tien of vijftien seconden uit het zicht.

Een belangrijke opmerking over deze ontmoeting is de manier waarop de kapitein deze vastlegde. Over het algemeen is het niet bekend dat kapiteins van onderzeeërs geneigd zijn tot overdrijving, waardoor hij zo’n ontmoeting niet op een andere manier zou beschrijven dan zoals het gebeurde. Er is ook absoluut geen reden om zo’n fantastisch verhaal te verzinnen, ook omdat dat de meerderheid van de mensen die vreemde ontmoetingen melden over het algemeen belachelijk worden gemaakt.

Sommige onderzoekers veronderstellen dat deze ontmoeting duidt op een overlevend exemplaar van pliosauriërs of mosasauriërs , die beide op gigantische krokodillen leken. Het fossielenbestand van deze wezens lijkt er ook op te wijzen dat hun ruggengraat erg flexibel was, wat de meer slangachtige beweging van het ‘U-28 wezen’ en andere zogenaamde zeeslangen die soms in dit deel van de wereld worden gezien, kan verklaren.

Een handvol onderzoekers suggereerde dat het dier mogelijk door de stoomboot is vervoerd op weg naar Amerika, of om in de oceaan te worden losgelaten, hoewel het onduidelijk is waarom een Britse stoomboot een 60 voet waterwezen over de Atlantische Oceaan zou vervoeren. Het zou de enige acceptabele verklaring zijn, want het dier zou bijna direct over het zinkende schip hebben moeten zwemmen, slechts enkele seconden nadat het door torpedovuur tot zinken was gebracht. Echter elk wezen dat in de oceaan zwemt, houdt afstand van een zeeslag en het daaropvolgende zinken van een schip.

De U-28 van de Kaiserliche Deutsche Marine tenslotte zonk op 2 september 1917 na het torpederen van de Britse stoomboot Olive Branch, die geladen was met munitie. De U-28 voer te dicht bij en raakte zwaar beschadigd. Alle 39 bemanningsleden kwamen om. Von Forstner was sinds 1916 geen gezagvoerder meer van de duikboot.

Een geweldige film over de gebeurtenis.

Afbeelding door R. Hennig op basis van de beschrijving door Obermatrose Maaß en Com. Von Forstner.
Freiherr Georg Von Forstner op latere leeftijd

Plaats een reactie