Leentje Wijnberg en de gauwdiefjes van Brielle

De loop zat er al goed in, ze had al aardig wat verkocht. Leentje Wijnberg had hoe dan ook in Brielle willen zijn met haar handelswaar. Eind juni had ze nog op de kermis te Rotterdam gestaan en ze had eenvoudig door kunnen reizen, had onderweg nog enkele dorpen aangedaan. Zodoende was ze ruim op tijd voor de jaarmarkt die aan de kermis was verbonden. Voor goede messen was altijd belangstelling. Ze had steun aan haar zoon Sander, die mee was gereisd. Bram, de oudste, hielp zijn vader.

Toch zou ze blij zijn wanneer ze weer in Den Haag terug was. Rika zorgde wel goed voor het gezin – zij was nu de oudste thuis sinds Betje vorig jaar was getrouwd – maar haar gedachten waren toch bij de twee jongsten en Aaltje was per slot van rekening nog geen vier.

In Brielle was ze zondag aangekomen, als ze net iets eerder was geweest, had ze hier naar de synagoge kunnen gaan, maar dat was niet gelukt. Bij Jozeph Philipse aan het Zuideinde had ze kunnen overnachten. Typisch, naast koffiehuishouder was de man ook dansmeester.

Met een lap wreef ze enkele lemmetten op. Als de messen blonken, verkocht het beter. Heel andere waar dan die van haar Ben, die oude metalen verhandelde. Zo naast elkaar gelegen, zag de handel er goed uit. Natuurlijk diverse scheermessen, enkele hakmessen, schildersmessen, gewone snijmessen, zakmessen. Met bewerkte hoornen heften, een paar botermesjes, die zou ze hier vast niet verkopen. Een paar oude Lierenaren[1], daar was altijd markt voor.

Kijk, daar pakte iemand al zo’n mes. Een grote kerel – het ereteken opgespeld dat hij bij de Kop van Jut had gewonnen, nadat hij met veel krachtpatserij erin geslaagd was om de bel boven in het wankele bouwwerk te laten horen – stond zijn kennis van zaken te etaleren tegen de kirrende juffrouw aan zijn arm.
“Kom nou, we gingen naar de galanteriekraam, je beloofde het zojuist.”
Snel rekende de kerel een mes af met een versierd heft. Ja, de kermis was goed voor de handel.

“Ik wil graag een mes voor mijn pa die vaart.”
Voor haar kraam stond een knaap met een vriendelijke oogopslag. Hij deed haar denken aan haar Louis. Het ventje zou nu vijfentwintig zijn geweest. Gek dat het je nooit losliet. Zeven had hij maar mogen worden. Ze dwong haar gedachten naar het nu, naar de handel. De jongen stond inmiddels met een knipmes in zijn hand, draaide het wat rond.
“Als je vader vaart, heeft hij vast zelf een goed mes.”
“Ik wil ‘em verrassen. Wat is dat voor een mes?”
“Dat is vlaams. Ik denk niet dat je ‘m daarmee een plezier doet. Misschien een mooi scheermes met parelmoeren handvat?”

Wat keek die jongen haar nu aan? Was dat een vriendje van hem, die tussen de tafelmessen stond te zoeken? Zojuist had ze hen ook al gezien, waren ze niet met z’n vijven?
“Kom je broer, we moeten naar huis”, zei het vriendje. Gezamenlijk liepen ze weg, naar enkele jongens verderop.
Vrouw Wijnberg voelde dat er iets niet klopte. Ze keek globaal langs haar voorraad. Ja hoor, ze miste een paar mesjes. Ze zei Sander de boel waar te nemen en liep weg, zoekend naar de veldwachter van wie ze wist dat hij hier rondliep. Al gauw kreeg ze hem in het oog.

De Nieuwe Brielsche Courant meldde op 15 juli: ‘Over rustverstoring hebben we gelukkig niet te klagen gehad, onze politie had dan ook een gemakkelijke taak, en wist door bezadigd en tactvol optreden onaangenaamheden te voorkomen.
Alleen vernemen wij dat een 6-tal jongens den treurigen moed hebben gehad uit een messententje eenige messen te ontvreemden en te verkoopen. Zij werden gearresteerd en in verhoor genomen; hun straf voor dit feit zullen zij wel niet kunnen ontloopen. Ook maakte de politie proces-verbaal op tegen een kermisreiziger die een portemonnaie had gerold.

 

[1] Lierenaar, in België, van oorsprong een zeer goedkoop mesje; het lemmet was in een gespleten stuk hout bevestigd. Later een knipmes met een typische gebogen vorm. Het werd tot in de 19de eeuw in de regio van Lier, Heist-op-den-Berg en Aarschot vervaardigd. Het is een robuust mes met houten handvat waarbij het metalen lemmet werd vastgehouden met een veer. De huidige stekmessen hebben een gelijkend aanzicht.

Plaats een reactie