Het s.s. Suriname kregen we mooi van de Duitsers!

We schrijven 10 mei 1940. In de vroege ochtend is het duitse leger Nederland binnengevallen. Binnen de territoriale wateren van Curaçao ligt een aantal duitse schepen. Als reactie op de duitse inval worden de 7 schepen door de nederlandse autoriteiten in beslag genomen en onder nederlandse vlag in de vaart genomen. Ze krijgen de namen van de zes eilanden in het Caribisch gebied, het zevende schip wordt de Suriname.

Anna baai op Curaçao met daarachter de olieraffinaderij met het Schottegat

Andere maatregelen zijn dat op de Antillen wonende lokale duitse inwoners direct als verdacht worden beschouwd en gevangen gezet en geïnterneerd, ongeacht hun sympathie (net als in Suriname). Dat gebeurt zelfs met gevluchte duitse Joden. Op de Antillen worden ze overgebracht naar het eiland Bonaire. Op Curaçao en Aruba was nl. meer economische activiteit met een aantal grote olieraffinaderijen en uit vrees voor sabotage wordt voor Bonaire gekozen. Maar dat terzijde.

Eén van de reacties op mijn artikel in De Oud Rotterdammer kwam van de zoon van de scheepstimmerman van de ‘Suriname’. Dit schip voer in februari 1941 in de 11e positie in konvooi OB-290, helemaal vooraan dus in de eerste ‘kolom’ aan bakboord. Drie van de vijf schepen in die rij gingen ten onder tijdens de aanval op 26 februari, het achterste schip (Melmore Head) raakte beschadigd en werd naar Rothesay Bay gesleept en daar op het strand gezet. De Suriname kwam er ook niet zonder schade vanaf, maar kon desondanks op eigen kracht doorvaren naar St. Michaels (oostkust Amerika).

Het viel de man in kwestie op dat op de lijst van bemanningsleden een timmerman ontbrak. Zijn vader was scheepstimmerman en voer tijdens de oorlog op verscheidene schepen. Hij veronderstelde dat de genoemde kanonnier van de bemanningslijst tevens de timmerman aan boord was, net zoals zijn vader ook kanonnier was.

Kanonnier Dieles van der Male van de Beursplein was echter niet de timmerman. Hij was aanvankelijk op 10 mei 1940 aangemonsterd als tremmer op de Alcyone, waarschijnlijk om te zorgen dat ook dit schip bijtijds het land kon verlaten zodat het niet in handen van de Duitsers viel. Daarna kreeg hij in oktober in Liverpool een opleiding tot ‘gunner’ waarna hij op 4 november op de Beursplein kwam.

Wie dan wel de timmerman was, is onbekend, mogelijk deed één van de stokers dat erbij, dat kwam vaker voor. Want er werd ook toen al bezuinigd op personeel, zie daartoe een aardige herinnering op ‘kombuispraat’.
De Samuel Bakke, één van de andere schepen uit het konvooi, had wel zo’n man aan boord. Deze man was trouwens ook kanonnier.

Gerrit Bonte, 15-2-1943

Goed, Gerrit Willem Hendrik Bonte werd dus timmerman op de Suriname. De Suriname voer in positie 11 binnen konvooi OB-290. Hij maakte de aanval op de Beursplein dus van zeer nabij mee, maar zal daar weinig aandacht voor hebben gehad omdat zijn eigen schip ook onder vuur lag. Was dit echt zo? Nee, want hij was niet aan boord. Lees verder.
Gerrit Bonte was overigens heel tevreden over de Suriname, vond het een mooi degelijk schip. Nadat het in Curaçao in beslag was genomen, heeft hij het nieuwe registratienummer aangebracht.

De Suriname was oorspronkelijk de Este, eigendom van de Nord Deutsche Lloyd en gebouwd in 1930. De Este was het laatste nieuwe snelle vrachtschip dat door de NDL vóór de oorlog werd gebouwd.
Op 6 juni 1939 vertrok de Este voor de laatste keer vanuit haar thuishaven Bremen naar de Amerikaanse Pacifische kust. Bij het vertrek werd de passagierscapaciteit meestal volledig benut door emigranten die het Derde Rijk wilden of moesten verlaten. Op 22/23 augustus 1939 was ze als een van de laatste Duitse schepen door het Panamakanaal gevaren toen de waarschuwingen voor een dreigende oorlogsuitbarsting de Duitse schepen over de hele wereld bereikten.
Samen met andere duitse schepen deed de Este vervolgens Willemstad in Nederland aan op het Caribische eiland Curaçao. In het voorjaar van 1940 behoorde ze niet tot de Duitse koopvaardijschepen die een uitbraak uit Willemstad zouden riskeren met voorraden aangevuld door andere schepen en gedeeltelijk vervangende bemanningen.

Het zogenaamde ‘prijsschip’ (prijsgemaakt op de Duitsers) werd eigendom van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM). Het in beslag genomen schip kreeg de naam Suriname en voer de eerste reis naar Canada. In november 1940 voer ze voor het eerst in een konvooi van Halifax naar Liverpool. In slecht weer (Gerrit Bonte had nog nooit – en later ook niet – zulke hoge golven gezien) raakte het schip het konvooi kwijt. (In de dieptanken werd trouwens vliegtuigbrandstof vervoerd en op de dekken lagen boomstammen, in de heftige storm braken de sjorrings en met levensgevaar heeft men de boomstammen weer vast moeten sjorren.)
De kapitein besloot niet terug te keren naar Canada, maar naar Engeland door te varen, alwaar men veilig aankwam. Bonte monsterde weer op de Suriname aan, maar is op 18 februari 1941 ziek afgemonsterd en in Engeland achtergebleven toen de Suriname op 24 februari 1941 Groot-Brittannië weer verliet onder gezag van kapitein Jan Blok. Bonte lag in het ziekenhuis in Liverpool en kreeg daar later zijn kanonniersopleiding. Zodoende maakte hij de aanval op konvooi OB-290  niet van nabij mee.

Opmerkelijk: aan boord van de Suriname waren Indische jongens als bediende; Bonte ‘had’ Willem. Toen Bonte tijdens verlof in Glasgow met zijn maats de wal op ging, namen ze Willem mee, maar Willem werd bij een restaurant-met-dansgelegenheid botweg geweigerd. De mannen – solidair en niet gewoon aan dergelijk onderscheid – zochten verder naar zaken, waar ‘geen achterlijke toestanden’ waren (citaat Gerrit Bonte).
Naar verluid is Willem bij het tot zinken brengen van de Suriname in 1942 verdronken.

Laatste reis
In januari 1942 keerde de voormalige Este terug naar Europa met konvooi HX.169 en voer vervolgens in maart 1942 via Freetown naar India. Haar laatste reis was met een lading van 7440 ton, inclusief koper en suiker, van Mombasa via Trinidad naar New York. In september 1942 werd ze toegewezen aan konvooi TAG.5 in Trinidad naar Guantánamo, dat op 12 september uit Trinidad vertrok met negen schepen en een amerikaanse escorte.

In de vroege ochtenduren van 13 september 1942 viel de U-558 o.l.v. Günther Krech het konvooi aan en trof de Suriname met een torpedo op 12° 07’N, 63° 32’W, 110 mijl ten noorden van Trinidad. Het schip viel uit het konvooi en de bemanning verliet het schip. De U-558 slaagde er tijdens deze eerste aanval ook in om de Empire Lugard (7241 BRT, 1941) tot zinken te brengen. Een kwartier later vuurde de onderzeeboot nog een torpedo af op de Suriname, die haar uiteindelijk tot zinken bracht. Dertien mannen stierven bij de tweede treffer in een reddingsboot. Van de 82 mannen aan boord werden er 69 gered door een amerikaanse escorteboot, die de overlevenden de volgende dag in Willemstad van boord liet gaan.

(De duitse U-boot-site is heel exact: ‘Om 06.22 en 06.23 uur op 13 september 1942 vuurde de U-558 drie torpedo’s af op schepen in konvooi TAG-5 en nam treffers waar op drie schepen na 1 minuut 50 seconden, 1 minuut 59 seconden en 2 minuten 40 seconden, maar maakte geen visuele bevestiging vanwege operaties van de escortes. In feite waren er twee schepen geraakt, de Suriname en Empire Lugard.
De Suriname (kapt. W.J.L. Heis) werd aan stuurboordzijde achterin getroffen door een torpedo en raakte achter het konvooi terwijl de bemanning het schip verliet. Om 06.38 uur vuurde de U-boot vanaf 1800 meter een genadeslag af op Suriname, die midscheeps werd geraakt, kapseisde en in zeven minuten bij de boeg zonk.
Helaas trof de tweede torpedo net onder een reddingsboot die werd neergelaten en de explosie doodde de twaalf inzittenden onmiddellijk. De kapitein en 68 overlevenden werden opgepikt door een amerikaans escorte, dat door een vliegtuig naar hen was geleid en landde de volgende dag in Willemstad.’)

Eén reactie

  1. Mooie verhalen over Suriname en Prien. Komen ook terug in het verhaal over de ondergang van de Amstelland die ook in konvooi OB 290 voer.

    Like

Plaats een reactie